Brevetten

Afstandsbrevetten:
50 meter
100 meter
200 meter
400 meter
800 meter
1000 meter
1500 meter

Zwembrevet A:
Te water gaan vanaf de zwembadrand met startduik en 100m zwemmen in zwemslag naar keuze.
1 minuut watertrappelen met de handen boven water.

Zwembrevet B: (kledij meebrengen)
Gekleed te water gaan vanaf de zwembadrand met een sprong naar keuze en 50m zwemmen.
Kleding: zwemkeding, T-shirt en broek
Te water gaan vanaf de zwembadrand met sprong naar keuze en 100m schoolslag zwemmen.
Te water gaan vanaf de zwembadrand met sprong naar keuze en 50m crawl zwemmen.
Met start in het water 50m rug zwemmen.

Zwembrevet C: (kledij meebrengen)
Startduik en 500m zwemmen (50m vlinderslag, 50m rugslag, 200m schoolslag, 200m crawl).
Gekleed te water gaan met hurksprong,10m zwemmen, duiken en duikpop ophalen en 10m verslepen, 15m onder water zwemmen.
Gestrekte sprong en startduik met aanloop uitvoeren.

Survival 1:
Reddersprong in het diepe gedeelte van het bad en zwem 100m met het hoofd boven water.
1 minuut watertrappelen met de handen boven water.
1 minuut watertrappelen waarbij je armbewegingen mag maken.

Survival 2: drijven (kledij meebrengen, lange broek!) Start met reddersprong in het diepe gedeelte van het bad en zwem 50m met het hoofd boven water.
Verwijder je kledij en maak er een drijfmiddel van, waarmee je 1 minuut blijft drijven. Vervolgens leg je met jouw luchtzak nog eens een afstand van 50m af.
Maak van de broek en het hemd een pakketje. Gooi het op de kant en klim zonder enige vorm van hulp uit het water ter hoogte van het diepe gedeelte van het bad

Survival 3: hinderniszwemmen
De proeven worden afgelegd met lange broek en hemd (met lange mouwen). Er is geen rustpauze tussen de proeven.
Zwem 10 seconden onder water, daarna zwem je verder tot je 100m hebt afgelegd.
Zink naar de bodem met de voeten eerst en stoot dan krachtig naar boven af.
Klim uit het water. Zwem 200m waarbij je afwisselend de bodem moet raken en door hoepels moet zwemmen. In het heengaan de bodem raken in het diep gedeelte. In het terugkomen door 3 hoepels zwemmen. Afwisselend een lengte met de voeten eerst door de hoepel, de volgende lengte eerst met het hoofd door de hoepel.

Survival 4: overlevingszwemmen (kledij meebrengen, lange broek!) Zwem 300m waarbij je afwisselend de bodem moet raken en door hoepels moet zwemmen.
Zink naar de bodem met de voeten eerst en stoot dan krachtig naar boven af.
Blijf gedurende 2 minuten watertrappelen met de handen boven water.
Verwijder jouw kledij en maak er een drijfmiddel van, waarmee je 1 minuut blijft drijven.
Vervolgens leg je met jouw luchtzak nog eens een afstand van 50 meter af (de luchtzak mag worden hermaakt). Maak van de broek en het hemd een pakketje. Gooi het op de kant en klim zonder enige vorm van hulp uit het water ter hoogte van het diepe gedeelte van het bad.